Paardenkliniek Wolvega: ‘Het zicht van een paard’

0
1388
Sprekend oog Foto: Remco Veurink

Paarden zien de wereld op een totaal andere manier dan mensen. Dit heeft vooral te maken met de plaats van de ogen. Ze staan aan de zijkant van het hoofd. Dat, samen met nog andere verschillen, betekent dat zij de wereld anders zien dan wij. 

Prachtig ontworpen orgaan

Zoals alle zintuigen is ook het oog een magnifiek ontworpen orgaan. Lichtgolven worden gevangen door de oogbol, gaan door het hoornvlies, worden gefocussed door de lens en geprojecteerd op het netvliesscherm. Dit netvlies, ook wel retina genaamd, is een ingenieus systeem van lichtgevoelige cellen: staafjes en kegeltjes. Kegeltjes werken het beste in fel licht. Ze zijn minder lichtgevoelig dan staafjes, maar kunnen kleuren waarnemen. De staafjes nemen licht kwantitatief waar: zwart en wit en al het grijs daartussen. Er zijn drie soorten kegeltjes die elk een verschillende lichtgolflengte het beste waar kunnen nemen: kort, middel en lange golflengte, grofweg overeenkomend met blauwpaars, groen en rood.

Monoculair zicht en binoculair zicht (foto Delesalle en De Bruijn)

Rondomrond kijken

Doordat de ogen van paarden aan de zijkant staan van hun lichaam, zien zij twee verschillende beelden. Dit noemt men monoculair zicht. Elk oog ziet een ander beeld. Ter verduidelijking: als jij één oog afdekt, zie je met je andere oog monoculair. Vlak voor hun gezicht kan het paard binoculair zien, de twee beelden overlappen elkaar dan. Dat is hoe mensen kijken als ze met beide ogen kijken. Het is enkel met hun binoculair zicht dat paarden diepte zien. Binoculair zicht is uitermate handig voor roofdieren die de afstand tot hun prooi moeten inschatten, terwijl rondomrond (monoculair) kunnen kijken uitermate belangrijk is voor prooidieren. Paarden kunnen beide, maar niet tegelijk. Als ze bijvoorbeeld grazen, kijken ze monoculair, ze scannen de omgeving. Moeten ze een voorwerp, sprong of mens inschatten, kijken ze binoculair. Dan kunnen ze immers diepte inschatten.

Binoculair zicht, blinde vlek (foto Delesalle en De Bruijn)

Blinde vlekken

Op de tekening zie je waar het paard ‘blinde vlekken’ heeft als hij zijn hoofd recht voor zich houdt. Blinde vlekken zijn de plaatsen waar een paard niets kan zien. Wanneer een paard zijn hoofd recht voor zich houdt, dan ziet het paard de blauwe velden niet. Als hij zijn hoofd echter draait naar links of naar rechts, ziet hij wél de blauwe velden. De bruine vlek kan hij niet zien, ook niet als hij het hoofd draait. Daarvoor moet hij zijn voeten verplaatsen. Onder hun hoofd zien paarden ook niets. Als paarden bijvoorbeeld door een waterplas moeten, kunnen ze wat terughoudend zijn op het moment dat ze er effectief door moeten. Ze zien immers niet waar ze hun voeten neerzetten. Het is belangrijk dat ze de tijd krijgen om eerst te kijken van een afstandje. Ze zullen hun hoofd omlaag en omhoog brengen en eventueel kantelen, om zodoende ‘de hindernis’ goed in te kunnen schatten. Dit heeft ook te maken met hoe zij ‘scherp’ zien. Hoe meer vertrouwen ze hebben in hun trainer en/of ruiter, hoe sneller ze erdoor zullen gaan.

Scherp zicht

Paarden zien scherp, maar wel op een andere manier scherp dan mensen. Als wij voor ons uit kijken zien we enkel dat punt scherp waar we effectief naar kijken. Alles daar omheen vervaagt geleidelijk aan. Test het maar eens door naar een punt dichtbij of in de verte te kijken. Houd je ogen daar strak op gericht en bemerk hoe alles daar omheen vager wordt, hoe verder de afstand van dat punt is. Het beeld van een paard is minder hoog, maar wel veel breder aangezien ze bijna volledig om zich heen kunnen kijken. In het midden van die brede strook ziet het paard scherp. Als hij iets scherp wil zien dat laag bij de grond is, zal hij zijn hoofd lager brengen, om op die manier de strook waarin hij scherp ziet, naar beneden te brengen. Je hebt het vast al eens meegemaakt dat wanneer je van dichtbij een voorwerp passeert wat jouw paard eng vindt, dat jouw paard het hoofd naar beneden brengt om het voorwerp beter te kunnen zien.

Van licht naar donker

Paarden zien veel beter in het donker dan mensen. Paarden hebben wel een langere aanpassingstijd nodig dan wij, bij verandering van licht naar donker en omgekeerd. Dat verklaart waarom paarden soms moeite hebben wanneer ze een plaats binnenkomen met meer of minder licht. Bijvoorbeeld vanuit een donkere stal in het felle zonlicht. Als je vanuit de verlichte binnenhal ‘s avonds het donkere erf opstapt, kunnen ze iets schichtiger zijn dan anders, tot hun ogen zich aangepast hebben.

Kleurenzicht (foto Delesalle en De Bruijn)

Kleuren

Men denkt dat een paard het beste blauw-geel-groen tinten ziet. Op de afbeelding zie je het verschil tussen welke kleuren een mens ziet en welke kleuren een paard ziet. Paarden zien dus vooral grijs, blauw, groen en gele tinten. Ook wit kan een paard onderscheiden.

Infecties

Frequent voorkomende problemen aan het oog worden veroorzaakt door een infectie met een virus, bacterie of schimmel. Een voorbeeld van een virale infectie is deze met het EHV (Equine Herpes Virus) 2 uit de rhinopneumonie familie van herpesvirussen. Het geeft veelal witte stippen op het hoornvlies. Bacteriële infecties worden veelal overgedragen door vliegen. Ze geven rode oogslijmvliezen, gezwollen oogleden en pussige uitvloeiing. Enkele dagen zalven met een antibioticum geeft snel verbetering. Moeilijker wordt het wanneer de bacterie of eventueel zelfs een schimmel of gist een infectie geeft van het hoornvlies zelf. Het hoornvlies (cornea) bestaat uit een buitenste laag (epitheel), negen stromale lagen en een binnenslijmvlies (endotheel). Wanneer de bacterie of schimmel zich tussen de binnenste lagen kan ontwikkelen, ontstaat er een zogenaamd ‘stromaal’ abces, wat een lastige en langdurige behandeling inhoud of zelfs een operatie. Infectie in het oog zelf komt (gelukkig) niet zo frequent voor.

Maanblindheid

Wat wel vaker voorkomt is een immuun gemedieerde ontsteking van de bloedvaten in het gekleurde deel van het oog: de iris. Het precieze mechanisme is nog steeds niet helemaal opgehelderd, maar het afweersysteem in het oog herkent bepaalde deeltjes als zijnde lichaamsvreemd. We denken dat deze deeltjes onderdeel zijn van de Leptospiren bacterie die de ziekte van Weil veroorzaakt. Het gevolg is een zeer pijnlijke inwendige oogontsteking: maanblindheid. De ontsteking kan vergroeiingen veroorzaken van de pigmentkorrels van de iris aan de lens, kan de cellen van de lens doen afsterven, waardoor ze ondoorzichtig worden en kan zelfs de oogbol doen verschrompelen. Een aanval van maanblindheid kan uit zichzelf wel weer tot rust komen, maar dit kan lang duren, zolang dat er onomkeerbare schade aan het oog is ontstaan. Daarom is het belangrijk zo snel mogelijk krachtige ontstekingsremmers te druppelen (cortisone druppels), zodat de aanval zo snel mogelijk weer tot rust komt. Het is ook mogelijk een permanente ‘chip’ van ontstekingsremmers operatief onder de oogrok te plaatsen. Deze geeft circa drie tot vijf jaar een stof af die een volgende aanval moet voorkomen. Voor een oog dat nog goed kan zien, is dit een goede oplossing. Of het immuunsysteem van een paard gaat reageren op onderdelen van de leptospiren in het oog, hangt onder meer af van haar erfelijke aanleg. Het immuunsysteem van bijvoorbeeld het Friesche Paard heeft de neiging om hier sterk op te reageren met maanblindheid (recurrent uveitis) als gevolg. In Duitsland heeft men een techniek ontwikkeld waarbij het glaslichaam (de oogbol achter de lens) als het ware gezuiverd wordt van deze leptospiren deeltjes (vacofragmentatie).

Een beschadiging van het hoornvlies kleurt fluorescerend groen aan. (foto Delesalle en De Bruijn)

Beschadigd hoornvlies

Beschadiging van het hoornvlies van het oog is een vaak voorkomend probleem. Een zwiepend takje, schuren aan de benen of een voorwerp en er kan een kras op het hoornvlies komen. Wat je ziet is een paard met een knijpend en tranend oog. Knijpen en tranen is een belangrijk symptoom voor een oogprobleem. De mate waarin zegt iets over de mate van pijn en de ergheid van de beschadiging of ontsteking. Wat echter belangrijk is, is te bedenken dat het slechts een symptoom is en geen diagnose. Net zoals hoest een symptoom voor een luchtwegaandoening is en diarree een symptoom voor een darmprobleem, is knijpen en tranen dit voor een oogprobleem. Een diagnose is nodig voor een accurate behandeling. Een oog met een aanval van maandblindheid heeft baat bij directe toediening van cortisone druppels. Echter in een oog met een hoornvliesbeschadiging wil je geen cortisone druppelen, omdat dit de genezing remt. Het aankleuren van het hoornvlies laat gauw genoeg zien of er een beschadiging is en bij herhaling kun je zien of deze kleiner wordt of geneest. Soms zit de beschadiging precies in het midden van het hoornvlies en geneest het niet. Of er komt een bacteriële infectie in, waardoor het hoornvlies ‘lek’ dreigt te raken. In die gevallen kan een operatie nodig zijn, waarbij een flap van het oogslijmvlies over het defect gehecht wordt. Vanuit dit slijmvlies kunnen er bloedvaten in het hoornvlies groeien die de reparatie gaan ‘voeden’. Later wordt dit slijmvlies weer verwijderd.

Haargroei op het ooglid

Andere redenen voor beschadiging van het hoornvlies, anders dan trauma van buitenaf, zijn een naar binnen krullend ooglid bij jonge veulentjes of haargroei aan de binnenzijde van het ooglid. We noemen het distichiasis. Er zitten kleine haartjes op de ooglidrand die steeds het hoornvlies raken. Dit geeft irritatie of zelfs een beschadiging. Met behulp van een laser branden we de haarzakjes van deze haartjes weg. Een heel enkele keer heeft hetzelfde paard keer op keer een hoornvliesbeschadiging. Het kan zijn dat er irritatie/pijn van binnen in het oog (maanblindheid) ervoor zorgt dat het paard gaat schuren en daarbij zijn oog beschadigt. Er bestaat echter een aandoening waarbij er langzaam maar zeker met episodes verval van het hoornvlies optreedt, ook wel corneadystrophie genaamd. Het begint met witte vlekken of lijnen in de binnenste lagen van het hoornvlies, die kunnen ontaarden tot uitwendige beschadigingen, die soms chirurgische reparatie nodig hebben.

Conjunctivoplastie: slijmvlies is over het hoornvliesdefect gehecht om genezing te bevorderen. (foto Delesalle en De Bruijn)

Oogheelkunde specialisatie

Het oog is een belangrijk en complex orgaan, met vaak lastige en niet volledig begrepen aandoeningen. In de humane geneeskunde is dit al lang onderkend en daarom is oogheelkunde oftewel ophtalmologie een aparte specialisatie. Ook binnen de diergeneeskunde begint deze specialisatie vorm te krijgen. Eerst enkele Amerikaanse dierenartsen, een Brit en nu ook gevolgd door een handvol Europeanen, hebben hun carrière gewijd aan onderzoek en behandeling van het paardenoog. Zij hebben hier boeken over geschreven en geven regelmatig lezingen en workshops waardoor de kennis van het oog van de paardenarts op een hoger niveau wordt getild. Voor u als liefhebber is het belangrijk te weten dat er voor de oogproblemen van uw oogappel wellicht meer onderzoek- en behandelmethoden zijn en in ontwikkeling zijn, dan dat uw directe omgeving denkt.

Over de auteurs

Cathérine Delesalle en Marco de Bruijn zijn dierenarts en Europees specialist inwendige ziekten. Delesalle is verbonden aan de Universiteiten van Utrecht en Gent. De Bruijn is mede-eigenaar van Dierenkliniek Wolvega.

Tekst: Marco De Bruijn en Cathérine Delesalle
Foto’s: Marco De Bruijn, Cathérine Delesalle, Remco Veurink
Overname zonder bronvermelding én schriftelijke toestemming van de auteurs niet toegestaan